|
Inhoudelijke
beschrijving van de scheppende werkzaamheden: Mijn fascinatie hierbij
is dat betekenissen aangetast worden, veranderen, het geheel een meervoudige
hoedanigheid krijgt en een relativerend karakter bezit. Dit wordt bereikt
door (ogenschijnlijk) tegengestelde beeldende elementen bij elkaar te
brengen. Veel werkstukken zijn samengesteld van aard. De delen zijn van ongelijke dikte zodat een reliëf ontstaat (een rechthoekige vorm is niet noodzakelijk). Binnen zo'n constructie zijn stukken vaak verschillend beschilderd. Zo wordt een figuratief element (een realistische schildering van een triviaal voorwerp dat zich over de rand voortzet) met abstractie gecombineerd. Concrete voorwerpen zelf worden op een picturale wijze gebruikt en krijgen een ambivalente functie. Getallen en (algemene) woorden komen voor en onderstrepen de formele kanten van een werk. Plat staat tegenover ruimtelijk, het tastbare naast het immateriële. Het ruimelijk aspect heeft zich de laatste tijd verbreed. Het kan variëren van direct op de muur geschilderd tot een volkomen vrijstaand object, waarin nog steeds een picturaal element te onderkennen valt. Soms
speelt een symbolische vorm een rol, die wereldlijk bekend is en millennia
oud. zoals de kruisvorm en het oude aziatische zonnesymbool (de swastika).
Deze tekens zijn niet geschilderd, maar herkenbaar in de vorm van het
werk zelf of als restvorm. De symbolische betekenis wordt echter in de
vervreemdende context niet bevestigd, maar aangetast. Tweeslachtigheid
maakt dat zo'n vorm niet meer een symbool is, maar het is ook niet duidelijk
dat het dat niet meer is. |